Infoblad Warmtepomp

Gefeliciteerd met uw warmtepomp die u voorziet van duurzame warmte. Een warmtepomp is een zeer onderhoudsvrije manier van verwarmen. Hieronder staat een toelichting over de installatie, de werking en wat u mogelijk kunt ervaren bij het gebruik van de installatie.

Vroling%20logo%20kaal_edited.png
Direct contact:  0228 - 54 14 51
                           info@vroling.nl
Werking van de installatie

Warmtepompen nemen bij lage temperatuur warmte op (bron zijde) en geven die met een verhoogde temperatuur weer af (afgifte zijde).  Dat gaat natuurlijk niet vanzelf, zodat er een of andere vorm van arbeid aan te pas moet komen (compressor / op elektriciteit).

De meest voorkomende soorten warmtepompen werken door een vloeistof bij lage temperatuur te laten verdampen en de damp bij hoge temperatuur te laten condenseren. In het eerste geval moet het kookpunt dus worden verlaagd en/of in het tweede geval worden verhoogd. Het kookpunt kan worden verhoogd door de druk te verhogen met een compressor (soort pomp), aan de andere kant kan het kookpunt weer worden verlaagd door de druk te laten zakken middels het vergroten van de ruimte voor het koudemiddel (via expansieventiel).

Bijvullen van de installatie

Het kan zijn dat na de oplevering er nog wat lucht in de installatie aanwezig was. Dit wordt eruit gefilterd door de lucht-vuil afscheider. Als de installatie onder de 1 bar komt moet deze worden bijgevuld. Dit kunt u als volgt doen.

☐ Controleer de druk op de druk meter op de warmtepomp. Zie afbeelding.

☐ Als de druk te laag is moet de installatie worden bijgevuld met water.

☐ Pak uw vulslang die bij de installatie is geleverd en sluit deze aan op de waterkraan.

☐ Vul de vulslang met water.

☐ Sluit de andere zijde van de slang aan op het vulpunt van de installatie.

☐ Draai de waterkraan open en daarna de vulkraan.

☐ Wacht tot de druk tussen 1,8 en 2 bar staat.

☐ Draai de waterkraan weer dicht en daarna de vulkraan.

☐ Koppel de vulslang weer los.  Let op! Er zit nog water in de vulslang.

Veel voorkomende storingen

Helaas kan het zijn dat de warmtepomp geen warmte levert. Er zijn een aantal zaken die u zelf alvast kan nakijken.

☐ Hoge druk storing. De warmtepomp kan zijn warmte niet afgeven. Meestal kan dit worden opgelost door de installatie bij te vullen.

☐ Lage druk storing (De warmtepomp levert geen warmte). De warmtepomp kan geen warmte          onttrekken bij de bron. Er zit waarschijnlijk vuil (bladeren) in het buitendeel van de warmtepomp. Verwijder het oppervlakkig vuil op de platenwisselaar.

Waarschuwing: zorg er altijd voor dat u niet in de buurt komt van de ventilator!

☐ De thermostaat geeft niks aan. Controleer of de aardlekschakelaar in de meterkast nog aanstaat.​

Na regelen installatie

De warmtepomp wordt opgeleverd met een regeling waardoor alle ruimtes volgens bouwbesluit op temperatuur komen. Mocht u dit in bijvoorbeeld de slaapkamer te warm vinden kunt u het volgende doen.

(Disclaimer: Als u de inregeling van de groepen aanpast is Vroling bv niet meer aansprakelijk voor het mogelijk niet goed op temperatuur komen van de vloerverwarming.)

☐ Kijk op de groepenverklaring welke groep er moet worden teruggeschroefd.

☐ Ga naar de verdeler van de gewenste ruimte die moet worden ingeregeld.  

☐ Op de onderste balk van de verdeler ziet u flow meters.

☐ Deze kunt u rechtsom draaien om de flow over de gewenste groep terug te schroeven. Hierdoor wordt de groep minder warm.